Deze woordenlijst geeft de definities van de technische termen die vaak gebruikt worden wanneer over nierinsufficiëntie en de behandeling ervan gesproken of geschreven wordt.
|
acute nierinsufficiëntie
|
Plotseling en tijdelijk verlies van de nierfunctie.
(Zie ook chronische nierziekte.)
|
|
ader
|
Een bloedvat dat het bloed naar het hart voert.
|
|
afweersysteem
|
Het systeem van het lichaam waarmee het zichzelf beschermt tegen virussen en bacteriën of andere "vreemde" stoffen.
|
|
amyloïdose
|
Een aandoening waarbij een eiwitachtig materiaal zich in een of meer organen ophoopt. Dit materiaal kan niet worden afgebroken en verstoort de normale functie van dat orgaan. Mensen die al een aantal jaren dialyse ondergaan, ontwikkelen vaak amyloïdose doordat de bij dialyse gebruikte kunstmatige membranen niet in staat zijn het eiwitachtige materiaal uit het bloed te filtreren.
|
|
Anemie
|
Bloedarmoede
|
|
Angiotensine
|
Een hormoon dat door de nieren wordt geproduceerd.
|
|
|
arterioveneuze (AV) fistel
|
Operatief aangebrachte rechtstreekse verbinding tussen een slagader en een ader, meestal in de onderarm, aangelegd bij patiënten die hemodialyse moeten ondergaan (zie dialyse). Door de AV-fistel wordt de ader dikker, zodat het herhaaldelijk inbrengen van naalden zoals noodzakelijk voor hemodialyse mogelijk wordt.
|
|
atheroom
|
Zie atherosclerose
|
|
atherosclerose
|
Naarmate mensen ouder worden, worden de slagaders, de vaten die het bloed van het hart naar elk deel van het lichaam voeren, vaak nauwer door de afzetting van cholesterol en andere vetten en kunnen die verstopt raken. Dit geleidelijke proces van ‘dichtslibben’ wordt atheroom of atherosclerose genoemd.
|
|
auto-immuunziekte
|
Een ziekte die optreedt wanneer het afweersysteem van het lichaam ten onrechte het lichaam zelf aanvalt.
|
|
blaas
|
Het ballonvormige orgaan in het bekken waarin de urine opgeslagen wordt.
|
|
bloedarmoede
|
De aandoening waarbij het bloed te weinig rode bloedcellen bevat. Gezonde rode bloedcellen vervoeren zuurstof door het lichaam. Als het bloed te weinig rode bloedcellen bevat, krijgt het lichaam niet voldoende zuurstof. Mensen met bloedarmoede kunnen vermoeid zijn en bleek zien en voelen dat hun hartslag verandert. Bloedarmoede komt vaak voor bij mensen met een chronische nierziekte of bij mensen die dialyse onder gaan. (Zie ook erytropoëtine.)
|
|
bloedtoegang
|
Een algemene term om de plaats op het lichaam te beschrijven waar bloed het lichaam verlaat voor circulatie door een hemodialysecircuit. Een bloedtoegang kan een arterioveneuze fistel, graft of katheter zijn.
|
|
blood urea nitrogen (BUN)
|
Een afvalstof in het bloed afkomstig van de afbraak van voedingseiwitten. De nieren filtreren het bloed om ureum te verwijderen. Als de nierfunctie afneemt, neemt de hoeveelheid ureum toe.
|
|
BUN
|
Zie blood urea nitrogen
|
|
CAPD
|
Zie continue ambulante peritoneale dialyse
|
|
chronische nierziekte
|
Langzaam en progressief verlies van de nierfunctie gedurende een aantal jaren, vaak leidend tot permanente nierinsufficiëntie. Mensen met permanente nierinsufficiëntie hebben dialyse of transplantatie nodig om de functie van de nieren te vervangen.
|
|
continue ambulante peritoneale dialyse (CAPD)
|
De meest toegepaste vorm van peritoneale dialyse. Hiervoor is geen toestel nodig. Met CAPD wordt het bloed steeds gereinigd. De dialyseoplossing stroomt uit een plastic zak door de katheter in de buik. De oplossing blijft in de buik waarbij de katheter afgedekt wordt. Na een aantal uren laat de persoon die CAPD toepast, de oplossing weer in een wegwerpzak lopen. Vervolgens vult de persoon door dezelfde katheter de buik weer met verse oplossing, zodat het reinigingsproces opnieuw begint.
|
|
continue cyclische peritoneale dialyse (CCPD)
|
Een vorm van peritoneale dialyse waarbij een toestel gebruikt wordt. Dit toestel vult de buik automatisch met dialyseoplossing en laat die hier weer uitlopen. Een typisch CCPD-schema omvat drie tot vijf nachtelijke wisselingen terwijl de patiënt slaapt. Overdag voert de persoon die CCPD toepast, één wisseling uit met een verblijftijd van een hele dag.
|
|
creatinine
|
Een afvalproduct van eiwitten, afkomstig van vlees in de voeding en van de spieren in het lichaam. Creatinine wordt door de nieren uit het bloed verwijderd. Naarmate de nierziekte verergert, neemt de hoeveelheid creatinine in het bloed toe.
|
|
creatinineklaring
|
Een test die meet hoe efficiënt de nieren creatinine en andere afvalstoffen uit het bloed verwijderen. Een lage creatinineklaring duidt op een gestoorde nierfunctie.
|
|
diabetes mellitus
|
Een aandoening die gekenmerkt wordt door een hoog glucose-(suiker-)gehalte in het bloed als gevolg van het onvermogen van het lichaam om efficiënt glucose te gebruiken. Normaal helpt insuline de lichaamscellen glucose te gebruiken. Bij diabetes type 1 maakt de alvleesklier weinig of geen insuline aan; bij diabetes type 2 is het lichaam ongevoelig voor de effecten van de beschikbare insuline.
|
|
dialyse
|
Het kunstmatige verwijderingsproces van afvalstoffen uit het bloed. Deze taak wordt normaal door de nieren uitgevoerd. Als de nieren niet goed werken, moet het bloed kunstmatig worden gereinigd met speciale apparatuur. De twee belangrijkste vormen van dialyse zijn hemodialyse en peritoneale dialyse.
|
|
dialyseoplossing
dialysaat
|
Een reinigende oplossing die gebruikt wordt bij de twee belangrijkste vormen van dialyse, namelijk hemodialyse en peritoneale dialyse. Dialyseoplossing bevat dextrose (een suiker) en andere chemische verbindingen die sterk lijken op die in het lichaam. Dextrose zuigt afvalstoffen en overtollig vocht uit het bloed in de dialyseoplossing.
|
|
dialyzer
|
Een onderdeel van de hemodialysetoestel. De dialyzer of kunstnier heeft twee compartimenten die door een membraan gescheiden worden. Het ene compartiment bevat de dialyseoplossing, het andere het bloed van de patiënt.
|
|
donor
|
Iemand die bloed, weefsel of een orgaan afstaat voor transplantatie. In geval van niertransplantatie kan de donor iemand zijn die pas is overleden of nog leeft, meestal een familielid.
|
|
erytropoëtine
|
Een hormoon gevormd door de nieren dat helpt bij de aanmaak van rode bloedcellen. Een tekort aan dit hormoon kan leiden tot bloedarmoede.
|
|
fistel
|
Zie arterioveneuze fistel.
|
|
|
glomeruli
|
Meervoud van glomerulus.
|
|
|
glomerulonefritis
|
Ontsteking van de glomeruli. Meestal veroorzaakt door een auto-immuunziekte, maar kan ook het gevolg zijn van een infectie.
|
|
glomerulus
|
Een kluwentje van bloedvaten die het bloed in de nier filtreren. Meervoud : glomeruli.
|
|
graft
|
Bij hemodialyse : een operatief aangelegde toegang tot een bloedvat waarbij met een synthetische lijn een verbinding gemaakt is tussen een slagader en een ader.
Bij transplantatie : het getransplanteerde orgaan of weefsel (transplantaat).
|
|
hematocrietwaarde
|
Een maat die aangeeft welk deel van een bloedmonster bestaat uit rode bloedcellen. Een lage hematocrietwaarde duidt op bloedarmoede of ernstig bloedverlies.
|
|
hemodialyse
|
Het verwijderen van afvalstoffen uit het bloed met een toestel nadat de nieren gestopt zijn met functioneren. Het bloed stroomt door lijnen naar een kunstnier, die de afvalstoffen en het overtollige vocht verwijdert. Het gereinigde bloed stroomt via een andere lijnenset terug in het lichaam.
|
|
hormoon
|
Een natuurlijke chemische stof geproduceerd in een bepaald deel van het lichaam en afgegeven aan het bloed om bepaalde functies elders in het lichaam op te wekken of te regelen. Door de nieren afgegeven hormonen zijn onder meer erytropoëtine en een actieve vorm van vitamine D die een rol speelt bij de regulatie van het calciumgehalte voor de botten.
|
|
hypertensie
|
Hoge bloeddruk, die kan worden veroorzaakt door te veel vocht in de bloedvaten of vernauwing van de bloedvaten.
|
|
ideaalgewicht
|
Het ideale gewicht voor iemand na hemodialyse. Het gewicht waarbij de bloeddruk van een persoon normaal is en er geen sprake is van zwelling omdat al het overtollige vocht verwijderd is.
|
|
immuunsysteem
|
Het systeem van het lichaam waarmee het zichzelf beschermt tegen virussen en bacteriën of andere "vreemde" stoffen.
|
|
immunosuppressivum
|
Een geneesmiddel dat toegediend wordt om de natuurlijke reacties van het afweersysteem van het lichaam te onderdrukken. Immunosuppressiva worden toegediend aan transplantatiepatiënten om afstoting van het orgaan te voorkomen en aan patiënten met auto-immuunziekten, zoals lupus.
|
|
kalium
|
Een mineraal dat in het lichaam en in veel voedingsmiddelen voorkomt.
|
|
katheter
|
Een lijn door de huid ingebracht in een bloedvat of een holte om lichaamsvloeistoffen te laten uitlopen of vocht te laten inlopen. Bij peritoneale dialyse wordt een katheter gebruikt om dialyseoplossing de buikholte te laten in- en weer uitlopen.
|
|
kruisproef
|
Voor een transplantatie wordt het bloed van de donor gekruist met dat van de ontvanger om na te gaan of beide met elkaar verenigbaar (compatibel) zijn.
|
|
membraan
|
Een dun vlies of dunne weefsellaag die een holte bekleedt of twee delen van het lichaam van elkaar scheidt. Een membraan kan werken als een filter die bepaalde deeltjes van het ene deel van het lichaam naar het andere doorlaat, terwijl andere tegengehouden worden. De kunstmatige membraan in een kunstnier filtreert afvalproducten uit het bloed.
|
|
natrium
|
Een mineraal dat in het lichaam en in veel voedingsmiddelen voorkomt.
|
|
nefrectomie
|
Chirurgische verwijdering van een nier.
|
|
|
nier
|
Een van de twee boonvormige organen die afvalstoffen uit het bloed filtreren. De nieren liggen aan de rugzijde ter hoogte van het middel. Ze vormen urine, die afgevoerd wordt naar de blaas door afvoerbuizen, de urineleiders.
|
|
nierinsufficiëntie
|
Verlies van nierfunctie. (Zie ook terminale nierinsufficiëntie en chronische nierziekte.)
|
|
oedeem
|
Zwelling veroorzaakt door te veel vocht in het lichaam.
|
|
|
osteodystrofie
|
Afwijkende hoeveelheden fosfaat, Calcium en Vitamine D.
|
|
|
peritoneale dialyse
|
Reiniging van het bloed door gebruik van de bekledende laag van de buikholte als filter. Een reinigende vloeistof, de dialyseoplossing, loopt uit een zak in de buik. Vocht en afvalstoffen stromen door de bekledende laag van de holte en blijven "gevangen" in de dialyseoplossing. De oplossing stroomt vervolgens uit de buik, waarbij het overtollige vocht en de afvalstoffen uit het lichaam verwijderd worden. Er zijn twee belangrijke vormen van peritoneale dialyse : CAPD en CCPD.
|
|
peritoneale holte
|
De ruimte binnen in de onderbuik maar buiten de inwendige organen.
|
|
plasbuis
|
De afvoerbuis die de urine van de blaas uit het lichaam afvoert.
|
|
renaal
|
Met betrekking tot de nieren. Een renale ziekte is een ziekte van de nieren. Renal failure, of nierinsufficiëntie, betekent dat de nieren niet meer goed werken.
|
|
renine
|
Een hormoon gevormd door de nieren dat helpt de hoeveelheid vocht in het lichaam en de bloeddruk te reguleren.
|
|
renovasculaire ziekte
|
‘Ren’ betekent nier, ‘vasculair’ verwijst naar de bloedvaten, dus : ‘met betrekking tot de niervaten’.
Afsluiting van de slagaders die het bloed naar de nieren voeren.
|
|
slagader
|
Een bloedvat dat het bloed van het hart afvoert, verder het lichaam in.
(Zie ook ader.)
|
|
terminale nierinsufficiëntie (TNI)
|
Volledige en blijvende nierinsufficiëntie. Wanneer de nieren niet meer functioneren, houdt het lichaam vocht vast en hopen zich schadelijke stoffen op. Iemand met TNI heeft behandeling nodig om de functie van de niet-werkende nieren te vervangen.
|
|
TNI
|
Zie terminale nierinsufficiëntie.
|
|
toegang
|
Bij dialyse de plaats op het lichaam waar een naald of een katheter ingebracht wordt.
(Zie ook arterioveneuze fistel, graft, en bloedtoegang.)
|
|
transplantatie
|
Vervanging van een door ziekte aangetast orgaan door een gezond orgaan. Een getransplanteerde nier (het transplantaat) kan afkomstig zijn van een levende donor, meestal een familielid, of van iemand die pas overleden is.
|
|
ureum
|
Een afvalproduct in het bloed en afkomstig van de normale afbraak van eiwitten in de lever. Ureum wordt normaal door de nieren uit het bloed verwijderd en vervolgens uitgescheiden in de urine. Ureum hoopt zich op in het lichaam van mensen met nierinsufficiëntie.
|
|
urine
|
Vloeibaar afvalproduct dat door de nieren uit het bloed gefiltreerd wordt, opgeslagen in de blaas en uit het lichaam verwijderd via de plasbuis door urinelozing (plassen).
|
|
urineleiders
|
Afvoerbuizen die urine van de nieren naar de blaas voeren.
|
|
urinelozing
|
Het lozen van urine van de blaas naar buiten.
|
|
|
urineonderzoek
|
Een onderzoek van een urinemonster dat informatie kan opleveren over veel problemen van de urinewegen en andere lichaamsstelsels. Het monster kan worden onderzocht op kleur, troebelheid en concentratie, aanwijzingen voor geneesmiddelen- en/of druggebruik, chemische samenstelling waaronder suiker, aanwezigheid van eiwitten, bloedcellen of bacteriën of andere aanwijzingen voor ziekte.
|
|
urinewegstelsel
|
Het systeem dat afvalstoffen uit het bloed haalt en die uit het lichaam afvoert in de vorm van urine. Het urinewegstelsel omvat de nieren, nierbekkens, urineleiders, blaas en plasbuis.
|
|
veneuze lijn
|
Een lijnenset bij hemodialyse die het bloed van de kunstnier naar het lichaam terugvoert.
|
|
verblijftijd
|
Bij peritoneale dialyse de tijd waarin de dialyseoplossing in de buikholte van de patiënt blijft tijdens een wisseling.
|
|
wisseling
|
Bij peritoneale dialyse de uitloop van gebruikte dialyseoplossing uit de buik, gevolgd door opnieuw vullen met verse oplossing.
|